Arne Deforce

Bach et La Mort de l’auteur

Bedenkingen bij Karlheinz Essl’s BWV 1007a


Er zijn momenteel over gans de wereld bij de 900 CD-uitvoering van de cellosuites van Bach! Allen via het internet verkrijgbaar. Het is ontstellend en dramatisch daarbij vast te stellen dat enkel een handvol uitvoeringen een daadwerkelijke artistieke en commerciële erkenning krijgen en dat het overgrote deel van de andere interpretaties schijnbaar een “imitatio” willen zijn van de gangbare erkende interpretatiemodellen. In deze voortdurende cultus van interpretatiekopie toont zich de dreiging van de  'verstening' van de muziekcultuur. Naar de woorden van  semioticus Roland Barthes tot “La mort de l’auteur” –  niet alleen de componist maar ook de uitvoerder.  Tegenover de muzikale eenheidsworst van de ontelbare uitvoeringen van Bach’s  cellosuites stelt zich de post-moderne 'wraak' van de onbevangen 21ste eeuwse componist/uitvoerder.

In zijn beroemde essay “La mort de l’auteur” merkt semioticus Roland Barthes op, dat  de geschiedenis van de muziek (als beoefening, niet als kunst) parallel loopt met die van de tekst. “Er is een tijd geweest dat er tal van actieve amateurs waren (althans binnen een bepaalde klasse), toen er tussen ‘spelen’ en ‘luisteren’ weinig verschil bestond.” Daarna zag men achtereenvolgens twee nieuwe figuren verschijnen: allereerst die van de vertolker, aan wie het bourgeoispubliek het spelen overliet (ofschoon het zelf nog een beetje kon spelen - kortom de geschiedenis van de piano), vervolgens die van de (passieve) liefhebber die naar muziek luistert zonder zelf te kunnen spelen (de grammofoonplaat heeft in feite de piano vervangen). Tegenwoordig heeft de post-moderne muziekcultuur de rol van de “vertolker” radicaal veranderd; van hem wordt gevraagd in zekere zin de co-auteur te worden van de partituur die hij eerder “speelt” dan voltooit. De tekst is in zekere zin een partituur van een nieuwe soort: hij vraagt van de lezer (interpreet) een daadwerkelijke medewerking.  Dat is de grote verandering, want nu wordt de vraag: wie voert het werk uit?


BWV 1007a performed by Ivan Turkalj
Institute for Electroacoustic Music
University of Music and Performing Art in Vienna
(7 Oct 2013)


Volgens de Oostenrijkse componist Karlheinz Essl zou alleen een “deconstructie van de tekst van binnenuit” kunnen leiden tot een daadwerkelijke en unieke herbeleving.  Een interessante uitdaging. De tekst van de 1ste  cellosuite is hier aan een door hem geschreven computer analysemodel onderworpen,  “opengebroken” en vervolgens door nieuwe semantische regels terug aan elkaar geregen – als tekstscherven opnieuw aan elkaar gelast.  Dit breken beoogt  een breken van de “luistergewoontes”.  Het resultaat is een nieuwe “open” Bach tekst die zich op tal van manieren kan laten lezen en opent tegelijk de oren voor een “andere” ervaring van de grote historische muzikale iconen.  De tekst (partituur) en de manier waarop wij hem verlangen te horen worden vanuit dit perspectief radicaal veranderd, waarbij het niet gaat om een passieve consumptie van de tekst, maar om, een actief meespelen.  In dit meespelen klinken muzikale herinneringen en connotaties door: “Spelen” moet hier worden opgevat in de ruimste zin van het woord: de tekst zelf speelt en de lezer (interpreet) speelt twee keer: hij speelt de tekst zoals je een spel speelt, hij zoekt een praktijk die hem reproduceert; maar om te voorkomen dat die praktijk enkel neerkomt op een passieve, interne mimesis is de tekst dus geen vaststaand gegeven meer maar wordt hij  een brontekst en aanzet voor ontelbare lezingen. De vraag of het hierbij om een muzikale beeldenstorm gaat laat zich echter onbeantwoord. Essl ziet het eerder als een pretentieloos maar respectvol “spelen met het verleden”, en houdt zich als hedendaags componist vér weg van het discours over historische of hedendaagse interpretatie.

in: Program note for Arne Deforce's solo concert "One Man One cello" at the Gele Zaal Festival (Gent Handelsbeurs, 12.12.2002)


Home Works Sounds Bibliography Concerts


Updated: 21 Sep 2016